Herman Gordijn en verzamelde vrienden

25 september 2020 - 27 februari 2021

De nieuwe tentoonstelling in Museum Nairac laat een aantal topstukken zien uit het oeuvre van Herman Gordijn. De voornamelijk figuratief werkende schilder geniet bij het grote publiek vooral bekendheid vanwege zijn monumentale portretten, waarvan dat van H.M. Koningin Beatrix (1982) waarschijnlijk het bekendste is. In Barneveld zijn nu niet alleen schilderijen met zijn favoriete modellen Lida en Mona te zien, maar ook mooie voorbeelden van portretten, zowel op doek als getekend. De context van de werken en de onderlinge verbindingen komen tot uitdrukking in de vele voorstudies, doorwerkte tekeningen, etsen en houtsneden. Sommige werken zijn voor het eerst te zien, waaronder het intrigerende dubbelportret van Erik Beekes (1983) en het kleurexperiment van Apt (2003 – 2005).  

Het bijzondere van deze tentoonstelling is dat ze niet alleen werken van Herman Gordijn laat zien, maar ook een selectie van die hij verzamelde van zijn vrienden, generatiegenoten en jonge collega’s. Opmerkelijk is hoe verschillend van aard de getoonde werken zijn, zowel wat stijl betreft als techniek. Hieruit kun je afleiden dat de belangstelling van een kunstenaar veel breder is dan de kenmerken van zijn eigen werk. Herman Gordijn omringde zich eveneens werk met werk van zijn voorgangers, zoals Honoré Daumier, Ferdinand Erfmann en Marius Bauer.  

Herman Gordijn ontwikkelt een geheel eigen beeldtaal. Als introverte jongen observeerde hij met scherpe ogen. Mensen uit zijn directe nabijheid nam hij in een fractie van een seconde op. Soms maakte hij er een snel krabbeltje van. Het was genoeg om later in zijn atelier het beleefde beeld terug te halen en om te zetten in een uitgewerkte tekening, ets, houtsnede of schilderij. Hij nam de wereld waar zonder het aangeleerde fatsoen van wat mooi of lelijk is. Hij wist van iedereen de kleur ogen, zag de moeilijke voeten, de nieuwe tanden, de verkeerde rimpels in het gezicht, een aandoenlijk halsje, of een laaghangend kruis in een onmodieuze broek. Hij beleefde er plezier aan om te tekenen wat een net opgevoed persoon niet behoort te zien. Dergelijke observaties gebruikte hij in zijn werk, niet om te choqueren, maar als voertuig voor dieperliggende, ook voor hem zelf vaak onbekende drijfveren: het schilderij moest zijn eigen gang kunnen gaan. 

In de regel zien we alleen het voltooide werk, zonder dat we ons een voorstelling kunnen maken van de ontstaanswijze. Totdat je de gelegenheid krijgt om werken naast elkaar te zien, met hun voorstudies, oefenmateriaal en uitgevoerd in verschillende grafische technieken. In deze tentoonstelling is het mogelijk om dat zelf waar te nemen. 

Het schilderij Apt (2003-2005) is op deze tentoonstelling voor het eerst voor het publiek te zien. De grote uitdaging lag niet in de voorstelling, maar in de verfhuid van het licht en de schaduwen die een zinderende uitwerking moesten krijgen. De beschouwer mag fantaseren over een weduwe die met bloemen naar het kerkhof loopt. De schilder wilde een nieuwe oplossing vinden voor kleur en verfhuid. 

Tot op zijn 85ste, tot enkele dagen voor zijn dood in 2017, bleef hij onverstoorbaar doorwerken. Wie eenmaal een schilderij van Herman Gordijn heeft gezien, zal het niet gemakkelijk vergeten. Zijn werk maakt een dwingende, haast onontkoombare indruk vanwege de zorgvuldige studie en het onderzoek die eraan voorafgaan. Wat we uiteindelijk te zien krijgen is een resultaat wat moeilijk anders kon dan zo te zijn.